Kenbak‑1
De Kenbak-1 is door onze collega’s van het Amerikaanse Computer History Museum en het American Computer Museum uitgeroepen tot de eerste personal computer.
Kenbak‑1
De Kenbak-1 is door onze collega’s van het Amerikaanse Computer History Museum en het American Computer Museum uitgeroepen tot de eerste personal computer.
De Kenbak-1 is uitgevonden door John V. Blankenbaker (1929) in 1970 en werd vanaf 1971 verkocht. In totaal zijn maar 50 exemplaren gemaakt en bestaan er naar verluid nog maar 14 exemplaren wereldwijd. Het model van het museum is een (werkende) replica.
Deze machine verscheen voor de eerste microprecessor en bevat er daarom geen. In plaats daarvan werkt het op TTL (Transistor-Transitor Logica) IC’s, die samen een 8-bits computer maken.
Elke instructie duurt 1 microseconde, resulterend dus in een snelheid van 1 MHz. Echter, in werkelijkheid duren instructies langer vanwege langzame toegang tot het geheugen.
Om programma's te gebruiken laadt men ze naar het geheugen door middel van de knoppen. De gebruiker schrijft het programma in machinetaal, met behulp van de instructies en geheugenwaarden, en vertaalt dit met mankracht naar de binaire code van de machine. Deze binaire code kan daarna per bit en geheugenadres worden ingevoerd via de knoppen.
Nadat een programma is afgelopen kan het resultaat handmatig uit geheugen worden gelezen of geschreven worden naar het OUTPUT register. Dit laatste staat voor de LEDs aan de voorkant van de machine, waarvan bijvoorbeeld een decimaal nummer kan worden afgelezen dat in binair wordt weergegeven.
Hele simpele 1-dimensionele spellen konden ook gemaakt worden, die de 8 LEDs als 'scherm' gebruikten. Een voorbeeld is Pong, waarbij een denkbeeldige bal van rechts naar links in circels rondgaat totdat het wordt geslagen door de knop onder de brandende LED in te drukken, als het aangeeeft dat de bal zich op dat moment daar bevindt. Hierdoor wordt de bal helemaal naar rechts geslagen waarna het weer in cirkels rondgaat tot de volgende slag.
Verder is er geen beeldscherm of toetsenbord aanwezig en het systeem heeft ook geen uitbreidingsmogelijkheden of I/O-poorten.
Deze computer werd vooral gebruikt voor educatieve doeleinden om computers te leren programmeren.

